
DEN HAAG – Nederland stelde vorig jaar dat de samenwerking met de Verenigde Staten in de strijd tegen drugssmokkel in het Caribisch gebied gewoon doorliep. Uit het nieuwste jaarverslag van de Kustwacht blijkt nu dat die samenwerking in de praktijk wel degelijk werd geraakt door Trumps War on Drugs, doordat cruciale capaciteit wegviel.
Tijdens de spanningen in de regio, na Amerikaanse militaire acties, maakte Nederland nadrukkelijk onderscheid tussen die operaties en de bestaande anti-drugssamenwerking. Defensie benadrukte dat het Koninkrijk niet meewerkte aan de Amerikaanse interventies, maar dat de reguliere samenwerking, die al decennia loopt, onverminderd doorging.
Maar het jaarverslag over 2025 laat een ander beeld zien van de feitelijke inzet. Het stationsschip van Defensie, normaal een sleutelmiddel in internationale drugsbestrijding, werd vanaf augustus vooral ingezet voor monitoring van de veiligheid rond de Benedenwindse eilanden.
Daardoor was het schip niet beschikbaar voor counterdrugsoperaties in internationale wateren, waar de samenwerking met de VS juist plaatsvindt. Alleen binnen de territoriale wateren kon nog beperkte ondersteuning worden geboden.
Die verschuiving laat zien waar de spanning zit tussen beleid en uitvoering. Formeel bleef de samenwerking met de Verenigde Staten bestaan en werden afspraken niet opgezegd. Tegelijk betekende het wegvallen van een belangrijk maritiem middel dat de Nederlandse bijdrage aan die samenwerking feitelijk kleiner werd.
Het jaarverslag maakt daarmee duidelijk dat de boodschap van continuïteit slechts een deel van het verhaal was. De samenwerking liep door op papier, maar werd in de praktijk beperkt door een andere inzet van mensen en materieel.


































